Rederij Doeksen vraagt compensatie aan staatssecretaris

Rederij Doeksen vraagt staatssecretaris Mansfeld van Infrastructuur en Milieu om een compensatievergoeding voor het varen van onrendabele diensten tussen Harlingen en de eilanden Terschelling en Vlieland. Deze compensatie is noodzakelijk vanwege de volledig scheve concurrentieverhoudingen die zijn ontstaan, laat de rederij in een persbericht weten.

Doordat een uitspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBb) in de beroepszaak die EVT heeft aangetekend tegen de veerdienst-concessie voor Rederij Doeksen nog jaren op zich laat wachten, ziet Rederij Doeksen zich geconfronteerd met miljoenenverliezen.

Door het uitstel bij het CBb houdt EVT de mogelijkheid om ook diensten uit te voeren. Voor Rederij Doeksen blijft nu het oude Openbare Dienst Contract (ODC) van toepassing. Daarmee ontstaat een situatie van oneerlijke concurrentie, omdat Doeksen volgens het ODC allerlei verplichtingen heeft, die niet gelden voor EVT.

Sinds decennia is Rederij Doeksen in staat om gedurende het hele jaar een volledige en uitgebreide dienstregeling te varen naar zowel Terschelling en Vlieland. Hierbij was altijd het uitgangspunt dat de onrendabele diensten, in het laagseizoen, werden gecompenseerd door drukkere tijden. Echter, EVT vaart een concurrerende dienst juist alleen in deze drukke periode en hanteert daarvoor dumpprijzen. In de onrendabele periode vaart EVT niet of nauwelijks. Op die manier doet EVT aan cherry picking, aldus Doeksen in de brief aan de staatssecretaris.

Geen level playing field
Door deze oneerlijke concurrentieverhoudingen leveren de rendabele diensten niet meer voldoende op om onrendabele vaarten mogelijk te maken. Bovendien heeft Doeksen een serie andere verplichtingen, zoals een vlootomvang met reserveschepen en walfaciliteiten, die moeten worden gefinancierd uit de drukke periodes. Doeksen schrijft aan de staatssecretaris dat van een level playing field geen sprake is. Compensatie door de staatssecretaris is daarom nu onvermijdelijk, zo vindt Rederij Doeksen.

Directeur Paul Melles van Rederij Doeksen stelt dat de verliezen door de oneerlijke concurrentie in 2012 bijna drie miljoen euro bedroegen. “Dergelijke verliezen kunnen we niet langer laten voortduren.” Rederij Doeksen vraagt van de staatssecretaris over 2013 een compensatie die aan het eind van het jaar met terugwerkende kracht wordt vastgesteld. Pas dan kan worden vastgesteld wat het werkelijke tekort over dat jaar zal zijn, omdat nu nog niet duidelijk is wanneer EVT vaart, met welke stunttarieven en welk afromingseffect dit heeft.

Compensatie hard nodig
Melles is stellig over de noodzaak. “De compensatie is hard nodig om ervoor te zorgen dat wij het hoofd boven water kunnen houden. Wij hebben lang gewaarschuwd voor de situatie die nu dreigt te ontstaan. Je kunt niet ongestraft de ene rederij allerlei verplichtingen opleggen voor een volledige veerdienst, terwijl de ander vrolijk de krenten uit de pap haalt en verder geen enkele verplichting heeft jegens de reiziger. Nu de concessie er voorlopig niet komt, ontstaat een situatie die niemand
wilde.”

Rederij Doeksen geeft in de brief aan de staatssecretaris ook aan dat zonder compensatie de rederij wordt gedwongen de dienstregeling op de eilanden te beperken, op zodanige wijze dat het verlies wordt teruggebracht en Doeksen toch aan de ODC voldoet. Deze situatie zou zich, bij het onverhoopt uitblijven van compensatie, al dit najaar voordoen.