MS Friesland / Politie

Day after: kort geding EVT, concessie en de EU

Gisteren maakte Staatssecretaris Mansveld van Infrastructuur en Milieu bekend de medegebruikcontracten met de EVT op te zeggen. Een update van de stand van zaken, een dag later.

De EVT gaf gisteren al een korte reactie, maar kwam vandaag met een persbericht. Daarin geeft de rederij aan niet van plan te zijn te stoppen op 1 februari 2014.

De rederij vindt de beslissing van Mansveld “voorbarig en onrechtmatig” en spant een kort geding aan om een oordeel over de gang van zaken te krijgen.

“Uit een rapport dat eerder door de RebelGroup in opdracht van het Ministerie is opgesteld (en door EVT via een WOB verzoek werd verkregen) blijkt dat het onmogelijk is dat het ogenschijnlijke verlies van Doeksen veroorzaakt wordt door de activiteiten van EVT”, stelt de Eigen Veerdienst Terschelling in het persbericht vandaag.

“De staatssecretaris laat zicht onnodig gijzelen door Rederij Doeksen die probeert haar monopoliepositie terug te krijgen. De EVT is nog steeds bereid om samen met het ministerie te kijken naar oplossingen, indien Rederij Doeksen volhardt in het terugbrengen van het aantal vaarten. EVT is van mening dat eerlijke concurrentie op de veerdiensten het uitgangspunt moet zijn, waarbij vanzelfsprekend de belangen van de passagiers voorop staan”, zegt EVT-directeur Erwin Rob.

De Tweede Kamer heeft ondertussen ook om opheldering gevraagd bij de Staatssecretaris. In eerste instantie zal dat schriftelijk gebeuren, in november volgt een debat in de Kamer.

Concessie

Gisteren kopten verschillende media, ten onrechte, “Doeksen wint rederij-oorlog” of varianten daarop. Dat is natuurlijk een stelling die verre van juist is.

De beslissing die Mansveld gisteren nam, heeft niets te maken met de uiteindelijke concessie. Deze is jaren geleden al definitief gegund aan Rederij Doeksen, maar de EVT heeft nog altijd een zaak lopen tegen deze beslissing.

De zaak ligt op dit moment bij het CBb. Een beslissing van het CBb is finaal en biedt verder geen enkele mogelijkheid meer tot een hoger beroep. In Nederland niet, maar ook op Europees niveau niet, omdat eerder al gerechtelijk vastgesteld werd dat de kwestie niet van Europees niveau is.

De uitspraak van CBb over de zaak werd echter uitgesteld omdat er vragen gesteld zijn aan het Europese Hof van Justitie. Mansveld vroeg in juni van dit jaar om een versnelde behandeling van de vragen, maar het CBb ging daar niet mee akkoord.

De beantwoording van die vragen en dus een definitieve uitspraak van het CBb over de gunning van de concessie aan Rederij Doeksen kan nog wel jaren gaan duren. De kans bestaat ook altijd nog dat de gunning wordt teruggedraaid en iedereen terug bij af is.

EU

De Leeuwarder Courant bevestigde vandaag ook nogmaals dat de concessie-zaak er los van staat. De krant wist wel te melden dat die in strijd is met Europese regels.

De Europese Commissie heeft toevallig dinsdag een uitspraak gedaan over de zaak en daar een brief over gestuurd naar het Europese Hof van Justitie.

Toenmalig staatssecretaris Tineke Huizinga heeft de concessie onderhands gegund, als contract voor openbaar vervoer over de weg en per spoor, waarvoor zij in 2009 speciale nationale regels heeft ontworpen. De Waddenzee werd daarin als binnenwater aangemerkt om aan Europese regels te kunnen voldoen schrijft de Leeuwarder.

De Europese Commissie (EC) vindt de handelswijze onhoudbaar. De staatssecretaris had zich moeten houden aan een EU-verordening uit 1992 die de liberalisering van het passagiersvervoer van en naar de eilanden in zee regelt. Deze verordening noemt ook een maximale concessieduur van zes jaar, daar waar de gunning aan Doeksen 15 jaar betreft. Ook is onderhands gunnen niet toegestaan binnen die verordening.

De EC is van mening dat voor de Waddenzee gewoon de zeeregels moeten gelden. En die zeeregels hebben voorrang op de regels voor passagierstransport op wegen, spoorlijnen en binnenwateren.

Het Europese Hof van Justitie zal deze uitspraken hoogstwaarschijnlijk meenemen in de beantwoording van de vragen van het CBb. Tussendoor komt er nog een mondelinge behandeling van die vragen en er moet nog gewacht worden op een oordeel van de advocaat-generaal.

Ondertussen is de verwachting over de definitieve uitspraak van het CBb al uitgesteld tot 2016.