Gaswinning Terschelling

Ingezonden: Technische uitleg gaswinning op Terschelling

Tulip Oil heeft een volgende stap gezet met de indiening van het Terschelling-Noord Field Development Plan. Dit plan geeft duidelijk aan dat ze de intentie hebben om echt op Terschelling zelf te willen gaan boren en het gas hier ter plaatse willen gaan behandelen. Er is alle reden tot zorg. In De Terschellinger van 26 februari 2015 schreef ik hier al een algemeen stukje over maar nu hun echte plannen komen kan hier dieper op ingegaan worden.

Essentieel bij het gaswinningsplan Terschelling is welke CO2 afscheidingsmethode Tulip Oil toe gaat passen. (Alvorens de CO2 geinjecteerd kan worden zal dit eerst van het gas afgescheiden moeten worden). Tulip Oil laat dit in het midden en stelt dat dit pas bij de milieu effectrapportage (MER) aan de orde komt. Daarmee blijft de bevolking in het ongewisse. Dit staat haaks op wat Tulip Oil zelf stelt in de winningsvergunningaanvraag van 21-04-2015 waarin het belooft de maatschappelijke verantwoordelijkheidszin op te pakken. Omdat Tulip Oil dit niet duidelijk maakt, ga ik er maar vanuit dat ze de enig bestaande methode gaan gebruiken die voor deze schaalgrootte toe te passen is. Dan duiken ook direct bijkomende verrassingen op.

De bedoelde methode is de MDEA (methyldi-ethanolamine) absorptie methode en deze is bijvoorbeeld in Mongstad Noorwegen omstreden vanwege zijn kankerverwekkende Amines. In 2010 werd zelfs de bouw van een complete CCS fabriek (Carbon Capturing Storage = CO2 afscheiden en opslaan) stilgelegd vanwege deze kankerverwekkende Amines, welke het milieu vervuilden omdat deze deeltjes zich met de afgescheiden CO2 als een natte wolk in het milieu verspreiden. Voor de medische details en de reikwijdte van deze wolk (pluim), zie dit Noorse rapport.

De grondige Noorse medische onderzoeksresultaten over de diverse Amines spreken voor zich. Juist daarom is het zaak om eerst heel goed te onderzoeken wat problemen kunnen zijn door injectie van CO2, alvorens er wordt besloten over een vergunning voor gaswinplannen van Tulip Oil. Problemen en gevaren door injectie van CO2 moeten nu worden onderkent en niet nadat de gaswinning voor de gemeenschap al onomkeerbaar is.

CO2 injectie is helemaal niet zo eenvoudig als Tulip Oil zegt en staat zoals ze zelf ook aangeven nog in de kinderschoenen. In aanvang wordt de CO2 (en chemische restanten) hoe dan ook de lucht in geblazen. Als we berekenen hoeveel, schrikken we. Als we een normale nieuwe voorbeeldput van 865.000 kubieke meter gas per dag nemen, betekent dit zo’n 70.000 ton CO2 per jaar in onze natuur. Naar schatting duurt dit uitstoten een jaar (maar kan ook langer zijn), nodig om een drukverlaging van 10% te realiseren van de eerst geboorde put waarna de CO2 vervolgens vloeibaar in deze eerste put geinjecteerd wordt. De vraag of het injecteren later überhaubt mogelijk is, is dan beslist nog niet beantwoord. (Het nieuwe gas zal dan inmiddels uit de tweede geboorde put komen).

Een zo grote uitstoot van CO2 lijkt me niet acceptabel voor ons (toeristen-) eiland. De echt hoge Vent Stack (afblaaspijp) die hiervoor nodig is, lijkt me evenmin acceptabel.

Wat erg ongeloofwaardig is, is waarom Tulip Oil eerst een erg dure gasput boort en deze maar voor een fractie (van 10% van de druk) gaat exploiteren. Vervolgens wordt deze put jarenlang alleen gebruikt als afvoerput voor de extreem corrosieve CO2 en ander (chemisch) afval. Deze injectiemethode met zijn hoge drukken (hoger dan 300 Bar) is erg omstreden en Tulip Oil is dus in onze leefomgeving op deze ontoegankelijke plaats gewoon aan het experimenteren. Veel omringende landen hebben besloten hun CO2 injectie te stoppen toen bleek hoe intensief de putwand corrosief bleek te zijn door het agressieve pure CO2. (Shell stopt opslagproject in Noorwegen wegens heftige roestvorming in pijpen op 20 April 2008 en CO2 injectie gestaakt in Engeland op 29 Oktober 2011).

Om naar aanleiding hiervan ook maar eens met een Blow Out (ongewilde uitstroming buiten afsluitsysteem om) verhaal te komen: op 15 Mei 1983 maakte ik er één mee welke het gevolg was van (gas)put corrosie. De met veel geluk bereikte uiteindelijke oplossing, na enige weken, zou nooit op onze eilander locatie plaats hebben kunnen vinden.

Ondanks dat ik vind dat Tulip Oil absoluut geen bestaansrecht in onze natuur heeft, zou ik toch wel willen weten hoe zij de CO2 dan op een veilige manier bij mens en natuur weg denken te houden. Bij zwakke noordelijke winden zal ongetwijfeld een groot gedeelte van het Hoornse bos onder een zware CO2 deken vallen bij deze hoeveelheden. Wanneer dit alleen schone droge CO2 betreft, zal dit snel verwaaien en zal de natuur hier mogelijk weinig last van hebben. Mijn ervaring in de offshore is echter dat het hier een zware natte CO2 wolk betreft die, uit een vrij staande afblaaspijp, pas na enige kilometers (pluim) begint te verwaaien en dat hij direct begint te regenen met achtergebleven natte chemische absorptie restanten. De afstand tot het dorp Hoorn is 2 km! (De bevindingen van het pas gevonden Noorse rapport “CCS en gezondheid” komen exact overeen met de offshore situatie qua verwaaiïng (10 km) en natte absorptie restanten, de Amines).

Mijn eindconclusie is weer dezelfde als die in februari, zolang er sprake is van experimenten qua CO2 afscheiding en CO2 injectie in onze natuur moet Tulip Oil dit kleine beetje slecht calorisch Terschellinger gas lekker laten zitten en hoeft derhalve geen winningsvergunningaanvraag in te dienen.

Wederom wens ik onze bestuurders op Terschelling en elders veel wijsheid toe.

Tjeerd Siderius

Tjeerd Siderius woont op Terschelling en was 32 jaar lang actief in de offshoreindustrie. Hij analyseerde de vergunningsaanvraag van Tulip Oil en gebruikte voor dit verhaal zijn 32-jarige ervaring, het Technisch Weekblad en documenten van de Noorse overheid als bronnen.